Reactie op NRC artikel

Ik heb een reactie geschreven op het vorige week zaterdag NRC artikel van John Gray, dat over de diverse varianten van het kapitalisme handelde. Voor een krant schijnt zo’n reactie te lang, maar wel kan het als blog op Rijnland weblog!

Marcel van Marrewijk

“G20 is een vergaarbak van verschillende visies op het kapitalisme”. Mijns inziens is dit een correcte conclusies en terecht de kop van het artikel dat afgelopen zaterdag in de NRC-opinie blad verscheen. Het valt mij echter tegen dat John Gray, de auteur van dit stuk, de diepte en nuance mist om eens en voor altijd af te rekenen met een aantal mythen die blijkbaar nog immer dominant zijn.

Het ‘einde der geschiedenis’ was synoniem met de dominantie en het succes van het anglo amerikaanse variant van het kapitalisme. Met het uitbreken van de huidige crises blijkt deze variant niet langer duurzaam.

Terecht stelt Gray dat er verschillende vormen van kapitalisme zijn. Beter zou zijn wanneer je stelt dat de verschillende economische systemen elkaar opvolgen in een natuurlijke ontwikkeling en dat ieder systeem specifieke voordelen en nadelen heeft die verklaren dat zo’n systeem in een bepaald tijdsgewricht of cultuur populair kan worden of niet.

Laat ik eens een schets geven van het evolutie pad van economische systemen. Aan de basis staan diverse vormen van zelfvoorziening en een locale uitruil van overschotten. Met de toename van arbeidsdeling en specialisatie zie je dat markten en handelsstromen ontstaan.  Wanneer (feodale) machtsblokken dominant worden gaan machthebbers, steden en uiteindelijk staten zich bemoeien met de verdeling van middelen. Kolonialisme en mercantilisme  bloeien op, zonder dat de ethiek opkomt voor de vele vormen van uitbuiting die er aan ten grondslag liggen.  Je ziet dat nieuwe machtsblokken ontstaan, al dan niet met korte lijntjes naar de staat, zoals het corporatisme en grote industriële groepen, zoals Rockefellers in de VS, de zaibatsu’s en keiretsu’s in Japan, de chaebols in Korea, de energiesector in Rusland en de staatbedrijven in China. In tijden van tegenspoed verdedigt de staat de belangen van het establishment via allerlei vormen van protectionisme. De verwevenheid tussen staat en productiesector was extreem in de communistische planeconomie, en veel subtieler in de Japanse en Franse variant in respectievelijk de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw. De Russische apparatsjik en het Franse en Japanse old-boys network hielden uiteindelijk het spel niet bij elkaar: nieuwkomers buiten het establishment om bleken succesvol, zoals Toyota en Sony, en de belangen van diverse sectoren en doelgroepen liepen meer en meer uiteen. De vrijheidsgraden van het Anglo-Amerikaanse model bood bedrijven, wereldwijd kansen, zeker toen innovaties in de transport en communicatietechnologie globalisering op grote schaal mogelijk maakten.  Economische groei en persoonlijke welvaart bereikten ongekende niveau’s, maar het consumentisme, de ongelijke verdeling van welvaart, de uitputting van grondstoffen en de toenemende vervuiling bleken maatschappelijke kosten die de Anglo-Amerikaanse variant van het kapitalisme niet kan voorkomen. Het systeem is namelijk niet duurzaam en niet sociaal. Met Drees en den Uyl ontstonden in Nederland de eerste contouren van een marktgeoriënteerd systeem dat nadrukkelijk herverdeling centraal stelde en solidariteit tussen economische groepen bewerkstelligde. Deze variant werd bekend als de Rijnlandse economie.  De belangen van de diverse groepen in de samenleving werden besproken, afgestemd en onderhandeld tussen hun vertegenwoordigers, de sociale partijen. Het probleem van deze tijd is dat de opwarming van het klimaat, toezicht op het bancaire systeem en de uitputting van grondstoffen zich niet laat coördineren in een Rijnlandse economie. Herverdelingsmechanismen werken hier niet, zodat ook de meest recente variant van het kapitalisme  zijn grenzen heeft bereikt en slechts de weg heeft gebaand voor een volgende emergente variant. Dit systeem zal – opnieuw – leiderschap nodig hebben, gebaseerd op visie en authenticiteit. Aan de onderhandelingstafel is immers iedereen gelijk en sneuvelen goede ideeën vaak tot smakeloze compromissen. De interdependentie in tijd,  plaats en tussen sociale groepen is het uitgangspunt van dit systeem en dit vergt een intelligentie inrichting willen de problemen van deze tijd adequaat kunnen worden aangepakt.

Kortom, het ‘einde der geschiedenis’ is onzin geweest van de bovenste plank. Het meest werk moet nog worden verricht!

Marcel van Marrewijk

7 april 2009

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *