ESSAY VAN PIET MOERMAN VERKRIJGBAAR

Piet Moerman, emeritus hoogleraar Economie aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, heeft als lid van en in samenwerking met de Rijnland Weblog Groep, een prachtig Essay geschreven, onder de veelzeggende titel: Rijnlanders durft te denken en te twijfelen. Volgens ons is het een soort grondmanifest, zijn het 14 columns / ‘bouillonblokjes’, een schier onuitputtelijke bron van inspiratie, waar de passie voor het Rijnlandse ‘van af spat’.

Het Essay is voor 15.95 Euro verkrijgbaar via managementboek.nl.

Samenvatting Rijnlanders durft te denken en te twijfelen, door Sjaak Evers


 Het Rijnlandse is actueler dan ooit te voren. Bewijzen voor het doorgeslagen Anglo-Amerikaanse kapitalisme zijn voor velen nu duidelijker. Er is meer dan ooit belangstelling voor het Rijnlandse kapitalisme. Hoe een en ander zo heeft kunnen groeien, kaart Piet Moerman als eerste aan in zijn Essay. Vervolgens doet hij een zeer succesvolle poging om de ontwikkeling op een aantal gebieden te ‘duiden’, op basis van een aantal vooral Duitse denkers, zoals Helmut Schmidt, Julia Friedrichs, Dahrendorf, Weber, Röpke, Ludwig Erhardt, Kant, etc., etc.


Globalisering en Marktwerking komen als eerste aan de orde. Piet houdt een krachtig pleidooi voor ‘countervailing powers’, voor een eenduidige visie in deze van Europa. Hij maakt ook onderscheid tussen welbegrepen eigen belang en koste-wat-kost eigen belang. Hij constateert waardenverwarring, pleit op basis van Weber voor waardenrationaliteit i.p.v. doelrationaliteit, stelt met behulp van Rapoport dat onze Europese maatschappij een debating-cultuur heeft, waarin we gaan voor win-win oplossingen, en de Amerikanen een gaming-cultuur, met de opzet de opponent onderliggend te maken.


Wetenschap in de Rijnlandse traditie komt vanuit verwondering tot vragen, terwijl de Anglo-Amerikanen veel meer beginnen met hun standpunt, hun antwoord. Waarheid is het sleutelwoord in de ene, consensus in de andere traditie. Opleidingen gingen ooit voor vakmanschap, maar het Fordisme heeft het vakmanschap overwoekerd. Het vakmanschap heeft zijn glans verloren te midden van alle glitter en glamour van de computerberoepen. Ook de ‘economisering’ van het menselijk domein wordt ontleed. Niet markt en geld zijn fout, maar de wijze waarop deze onze menselijke relaties ‘instrumentaliseren’.


Regelgeving & Rechtspraak kent ook verschillende modaliteiten: Anglo-Amerikanen hebben een rule-based patroon, Europeanen een principle-based patroon. Qua Onderneming & Zeggenschap onderscheidt Moerman technocentrisme en antropocentrisme. Bij Leidershap & Management komt ‘sapere aude’ (durf te denken) van Kant op tafel. Hij onderscheidt hier de Rijnlandse opdrachtstructuur en de Anglo-Amerikaanse bevelstructuur. Bij Ondernemingsbesturing & Werkuitvoering gaat het over de MBA-ers die met hun methoden misstaan in de maakindustrie. Het is een van de plaatsen waar Machiavelli opgevoerd wordt: ‘de heerser die zelf niet over grote intelligentie beschikt, kan niet goed geadviseerd worden’.


Het einde bevat de uitdaging (vooral aan de elites) om stelling te betrekking, verantwoordelijkheid te nemen en te stellen: tot hier en niet verder, om pal te staan voor Europese en Nederlandse verworvenheden. Wij moeten ons in Europa en Rijnland realiseren dat wij een gemeenschappelijke cultuur hebben met een waardensysteem dat zeer gedifferentieerd is en waarover continu moet worden gedebatteerd, zonder dogmatische uitgangspunten. Eenheid in veelvoud moet het Rijnlandse adagium worden. Laten we hierover denken, ons verwonderen en twijfelen!


Helemaal aan het einde volgt dan nog zijn een scenario voor Nederland. Het richtpunt moet een Nederlands huis op orde zijn, d.w.z. dat de elementen politiek/sociaal, maatschappelijk/cultureel en economisch/technologisch in evenwicht zijn. Daar komt dan ook de ‘citoyen’ (de burger die zich verantwoordelijk voelt voor de samenleving) en de ‘bourgeois’ (de consument) aan de orde. De bourgeois die zich citoyen voelen, behoren de kar te trekken. Dan eindigt het Essay met zo’n typisch stukje Piet Moerman: Nederland handelsland is een persverse fictie die prettig ligt op de globale borreltafels. De Europese maakcultuur (…) hangt in hoge mate af van de ontwikkeling van antropocentrische maaksystemen met bijbehorende creativiteit en vakmanschap.

INHOUDSOPGAVE PAGINA
Inleiding  3
Proloog  9
I. Globalisering 15
II.  Samenleving  19
III.  Wetenschap & Opleidingen 23
IV. Marktwerking 31
V.  Menselijke relaties  37
VI. Regelgeving & Rechtspraak 41
VII. Onderneming & Zeggenschap  45
VIII. Leiderschap & Management 51
IX. Ondernemingsbesturing & Werkuitvoering 57
Epiloog & Conclusies 63
Samenvatting van conclusies  69
Een mogelijk scenario voor Nederland 71
Literatuurlijst 75

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *