“Lawaai maken”

Goede vrienden in het Rijnlandse,
 
Mijn berichtje van 7 juli jongstleden m.b.t. het begrip “lawaai maken”, zoals opgenomen in het ‘introductietekstje’ van Sjaak voor onze Rijnlandgroep, heeft een aantal van jullie achter de computer doen kruipen. In het algemeen is er wel begrip voor mijn bezwaar, maar vinden de meesten dat het begrip wel kan blijven staan. Mathieu schrijft dat we het “op zijn Rijnlands moeten en doen en dat is nooit zo extreem”. Poul wijst op “een wijze van lawaai maken die jou ook zint”, Ger heeft het over “kakelen” dat soms wel nodig is (“je  moet je ook niet geheel onbetuigd laten”, “soms moet je zoeken naar een cruciaal duwtje om een soort lawine aan reacties teweeg te brengen”), maar dat met mate. Na “toegeslagen te hebben” moet je je weer terugtrekken en bezinnen” en we moeten niet “zelf in de soms stevig gezwollen vorm” gaan geloven. Sjaak zegt dat “wij als Rijnlanders niet anders dan op een aardige manier lawaai maken ….; Herrie maken is en klinkt bijv. anders”. Hans lijkt een groot voorstander van “lawaai maken”. Hij schrijft: “Laat staan dat we Rijnlands echt op de kaart zetten, dan moet je eens horen!”.
Alleen Piet toont zich een echt tegenstander van “lawaai maken”. Hij schrijft: “lawaai maken heeft weinig zin, want dat duidt op onmacht. We zullen via onze (Europese, met eigen academische en maatschappelijke opvattingen. Nol) strijdcultuur de maatschappelijke, wetenschappelijke en politieke elite aan het verstand moeten brengen dat wij ons niet hoeven te schamen voor ons eigen continentale erfgoed”. Hij stelt verder dat we moeten “ont-Goren”, dat we “een moeizame zoektocht zonder showbusiness en Talpa-achtige hitlijsten” nodig hebben.
 
Mede naar aanleiding van jullie reacties heb ik verder nagedacht over het gebruik van begrippen, zoals in het onderhavige geval “lawaai maken”.
In 2005 verscheen bij uitgeverij SUN het boekje “Sleutelwoorden, de actualiteit in 44 begrippen” van Bröckling en anderen. In de traditie van Jaspers, Habermas en Foucault onderzoeken de auteurs hoe bepaalde woorden, bepaalde begrippen bepaald menselijk handelen bevorderen of juist tegenwerken. Hoe bepaalde begrippen door de ‘heersende orde’ worden overgenomen en gebruikt om verantwoordelijkheid af te stoten, maar ook om mensen te controleren, Enkele woorden die zij beschrijven en analyseren zijn bijvoorbeeld: ‘activering’, ‘empowerment’, ‘participatie’, ‘flexibiliteit’, ‘evaluaties’, ‘klantgericht’ en ‘levenslang leren’. Interessant om te lezen. Leerzaam om de ideologie die vaak achter deze woorden zit te zien uitgelegd en hoe aan deze woorden een specifieke betekenis, die er van oorsprong vaak helemaal niet in zat, krijgt. Bijvoorbeeld: “levenslang leren” was vroeger iets dat goed was voor de persoonlijke ontwikkeling van mensen, dat een recht was. Tegenwoordig is het verworden tot een plicht waaraan iedereen, ook als hij niet wil, moet voldoen.
Mijn conclusie: we moeten als Rijnlandgroep eerst goed formuleren wat we willen en dan de woorden die we gebruiken helder definiëren. We moeten zeker ‘plastic woorden’ (“waarmee je over alles kunt praten zonder iets te zeggen” (Bröckling, blz. 10) vermijden. Dit sluit mooi aan bij het verhaal van Confucius, waarmee Piet eindigt. Op de vraag van een leerling aan Confucius wat hij zou doen als hij hoofd van de regering zou worden, zegt Confucius dat hij het eerste “de rectificatie van het gebruik van termen” zou aanpakken, want: “als woorden niet correct worden gebruikt, dan raakt het gesprek in de knoop. En als dat gebeurt komen de zaken tot stilstand”.
 
Ik geloof dat wij als groep heel wat meer willen dan “lawaai maken” (dat ik maar invul met: leuke, aandachttrekkende en hippe acties). Wij vinden dat onze Nederlandse organisaties op een manier georganiseerd moeten worden die aansluit bij mensen, die gericht is op de ontwikkeling en ontplooiing van mensen, die recht doet aan de belangen van verschillende stakeholders, die op de lange termijn gericht is enz. Om dit te bereiken zijn er verschillende middelen mogelijk: dialoog, discussies, presentaties, bedrijfsbezoeken, congressen, publicaties, gerichte adviezen, een ‘rijnlandse managementopleiding’, het voeren van acties, enz. Het voeren van actie komt waarschijnlijk in de buurt van “lawaai maken”.
Gezien het bovenstaande vind ik dat het begrip “lawaai maken” niet in het ‘introductietekstje’ zou moeten staan. Het dekt bij lange na niet de lading van waarmee wij bezig willen zijn. Bovendien is het een onduidelijk woord. Allen die reageerden gaven mijns inziens een andere invulling, hadden een andere interpretatie. Nu is dat laatste niet perse verkeerd. Ik vind het woord schoonheid bijvoorbeeld wel weer mooi. Dit maakt positieve gevoelens bij mensen los en het kan de basis van een goede dialoog zijn. “Lawaai maken” heeft voor mij echter, en ik denk dat er meer zijn, een negatieve klank, waardoor het erg moeilijk is om een goede dialoog te beginnen.
 
Vrienden, wellicht dat we een volgende bijeenkomst nog eens moeten praten over “lawaai maken”. Ik vind echter dat dit geen halszaak is. Er zijn wel belangrijkere dingen om te bespreken, bijvoorbeeld: hoe Rijnlands zijn wij in onze praktijk, hoe pakken wij dat aan, hoe moeilijk is dat, wat gaan we publiceren, hoe kunnen we een ‘Rijnlandse opleiding’ van de grond krijgen, welke acties kunnen we voeren enz. enz. Wat helderheid, duidelijkheid en eenduidigheid zou echter wel mooi zijn.
 
Met vriendelijke groeten,
 
Nol Hovens
10-08-’07

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *